donkosak-random-8.jpg

Newsletter

Latest news

Marcel Verhoeff heeft de eervolle uitnodiging voor het geven van een concert in Roemenie. 

Bookmark Us

 
 

Donkosak Homepage

Friends Donkosak

Geschiedenis

De kozakken stammen af van gevluchte Russische boeren en steppebewoners, die naar de grenzen van het rijk trokken om daar in vrijheid te leven en tevens die vrijheid te beschermen. In feite was dit de eerste Russische emigratie, bestaande uit boerenmensen die de liefde voor het werk op het land en voor Moedertje Rusland zorgvuldig bewaarden.

Het dagelijks leven van de kozakken was heel simpel en patriarchaal. In vredestijd hielden zij zich bezig met landbouw, jagen, vissen en militaire oefeningen, vooral schieten en wapenkennis. Als de Kozak ten strijde trok deed de Kozak dat altijd te paard. Hij wist hoe hij zich op de sterren moest oriënteren, kon zich uitstekend camoufleren in het terrein en was een voortreffelijk spoorzoeker, waardoor hij de vijand op tijd wist te ontdekken. In zijn zadeltas had hij als gevechtsrantsoen kaakjes, spek, gedroogd vlees en vis en gierst.

Kleine rivieren doorwaadde hij, maar als hij een grote rivier moest oversteken maakte hij eerst een klein houtvlot waarop het zadel, de voorraden en de wapens werden bevestigd. Dat vlot maakte hij dan vast aan de staart van het paard, waarna ze samen zwemmend overstaken, waarbij de Kozak zich aan de manen van zijn trouwe vriend vasthield.

In de volkstaal zijn veel spreekwoorden over de kozakken bewaard gebleven, zoals “een Kozak huilt niet als hij in de ellende zit”, “een Kozak drinkt uit zijn handkom en eet van zijn handpalm”, “een Kozak lijdt honger, maar zijn paard is verzadigd”, “voor een Kozak is zijn paard meer waard dan hij zelf”, “een Kozak zonder paard is als een soldaat zonder geweer”. Je werd als Kozak geboren en je stierf als een Kozak. De kozakken waren dienstplichtige kolonisten. Heel hun leven bestond uit werken en militaire dienst, waarbij ze aan het eind van hun leven ervoor moesten zorgen dat hun kinderen toegerust waren voor diezelfde zware taak, te weten de verdediging van de uiterste grenzen van het vaderland.
Elke nieuwe generatie kozakken erfde van de vaders dat plichtsbesef ten aanzien van de onvoorwaardelijke dienst aan het vaderland. Hun gemeenschap was gegrondvest op verheven uitgangspunten van saamhorigheid, broederschap en onderlinge hulpvaardigheid – een Kozak mocht zelf sterven, maar hij moest zijn kameraad redden. Zowel de officieren als de eenvoudige manschappen vervulden hun dienstplicht uit diepe innerlijke overtuiging.
Ze vreesden niet zozeer de straf van de commandant voor een nalatigheid, maar veel meer de hoon van de kozakken en de overige bewoners van de stanitsa, de Kozakkennederzetting.
De mooie tradities van het Kozakkendom, zoals gehoorzaamheid aan de wet, discipline, werklust en dapperheid, eerbied voor de ouderen en een sterke familieband, werden in de loop der eeuwen bewaard en versterkt.

De algemene dienstplicht betrof vrijwel alle mannen in de leeftijd van 20 tot 45 jaar. Hierdoor kwamen de huishoudelijke taken in hun volle zwaarte op de schouders van de Kozakkenvrouwen te liggen. De bekende historicus F. Sjtsjerbina schildert de ‘kazatsjka’ van toen als een ideaal mens, die nooit bij de pakken neer ging zitten ook al was het dagelijks leven van de kozakken nog zo zwaar. De Kozakkenvrouwen   deden in paardrijden en dapperheid niet onder voor hun mannen en broers. Ze konden goed overweg met het geweer en de sabel en niet zelden verdedigden zij hun leven en bezittingen tezamen met hun mannen, het wapen in de hand. De Kozakkenkinderen leerden vanaf hun tiende jaar paardrijden en vanaf hun veertiende met wapens om te gaan. Te paard bewaakten zij het vee en de paarden en als dat nodig was deden zij samen met de volwassenen mee aan de verdediging van vestingen en dorpen.

Bij de verdediging van de vesting Mozdok (gesticht in 1763 als voorpost bij de grens van de noordelijke Kaukasus) toonde de gehele Kozakkenbevolking op 10 juni 1774 een tomeloze dapperheid, zoals door de historicus Potto is beschreven. Het was tijdens de eerste Russisch-Turkse oorlog (1768 – 1774) en Mozdok was omsingeld door een leger van achtduizend Tataren, Kabardijnen en Turken. De militaire kozakken van de stad waren op veldtocht en in de vesting waren alleen grijsaards, vrouwen, kinderen en wat bestuurders achtergebleven. De vijand had er duidelijk op gerekend dat hij deze weerloze inwoners onder de voet zou lopen, te meer waar de vesting nog niet over een deugdelijk versterkte verdedigingswal beschikte.

Maar hij kreeg te maken met de wanhopige weerstand van een volstrekt uniek leger met een wonderlijk allegaartje aan wapens.
De Kozakkenvrouwen   bleven kalm en werden niet bang van het fluiten van de kogels, de salvo’s of het wilde geschreeuw en gekrijs van de aanvallers. Soortgelijke voorvallen zijn er vele in de geschiedenis van het Kozakkendom.

De naam “Kozak” stamt uit het Turks en betekent zoveel als vrije, onafhankelijke man. Nogal veelzeggend voor een land en een tijd waarin lijfeigenschap de gewoonste zaak van de wereld was. Deze vrije, onafhankelijke Russische mannen waren eigenlijk een soort van landlopers die zich, buiten de controle van Russische vorsten, in het wild ophielden. Met name langs de oevers van de rivier Don en zijn zijtakken.
Door de jacht op wild, vis en wat het bos aan eetbaars opleverde wisten deze mensen zich in leven te houden. Van landbebouwing was geen sprake. Het was in alle opzichten een wild leven, waarin van het stichten van gezinnen, van de opbouw van een gevestigd sociaal leven geen of nauwelijks sprake was. Vagebonden eigenlijk. Kleding en wapens werden verworven door overvallen op aan de Zee van Azov gelegen dorpen van Krimtartaren en Turken, maar ook door overvallen op handelskaravanen die optrokken langs de Don en Wolga.

Met lichte zeilboten bevoeren zij de Kaspische Zee, Zee van Azov en de Zwarte Zee tot aan Constantinopel (nu: Istanboel) toe.
De bloedverwantschap met het Russische volk werd echter nooit uit het oog verloren. Zo kwamen  Kozakkeneenheden (want in de loop van de tijd begon er zich zoiets als een militaire organisatie af te tekenen) de Russische troepen te hulp toen tsaar Iwan de Verschrikkelijke de stad Kazan veroverde. Ook leverden ze slag aan de Oostzeekust om het vorstendom van Moskou de hegemonie te bezorgen over andere vorstendommen. Zij waren het die moedig en fanatiek de Zweedse invasielegers bestreden en het van het Russische grondgebied verdreven.

Door de eeuwen heen waren de heersers van Rusland zich welbewust van de belangrijke militaire rol van de kozakken: de afwenteling van het Tartarenjuk, het winnen van oorlogen met Turken en de verdrijving van Napoleon en zijn legers viel voor een groot deel aan de kozakken toe te schrijven.

De Russische tsaren deden hun uiterste best om de kozakken aan zich te binden: wapens, munitie, geld, goederen, voedsel gingen gestaag richting Don. Het was eigenlijk de enige manier om enige invloed te houden op het roerige Kozakkenvolk. Met zoveel gewapende daadkracht in de eigen achtertuin moesten de tsaren ook wel. Stel voor dat de kozakken zich eens tegen hen zouden keren, om wat voor reden dan ook. De kozakken namelijk gehoorzaamden alleen aan de zelf gekozen Ataman! Rond 1800 bereikte de roem van de kozakken, met name de Don Kozakken, zijn hoogtepunt. Zij aan zij vochten ze met de reguliere Russische troepen onder aanvoering van Suworof. Onvergankelijke roem oogstten ze tijdens de Italiaanse veldtocht door een barre tocht over de Alpen. In Oostenrijk en Pruisen streden ze tegen Napoleon en zijn legers, trokken op tot aan de boorden van de Noordzee en bereikten zelfs Parijs.

De bakermat van alle Don-Kozakken bevindt zich aan de rivier de Don. Aan het begin van deze eeuw waren zij verdeeld over elf legers: aan de Don, de Kuban, in Astrachan, de Terek, in Uralsk, in Orenburg, in Semiretsjensk, aan de Usuri, de Amur, in Siberie en de Trans-Baikal. Al deze legers bestonden uit zogeheten “sotjen” (honderdtallen) en regimenten van het Donleger. Ze vestigden zich daar waar grenzen moesten worden bewaakt en desnoods verdedigd. Alleen al aan de Don was het mogelijk om 70.000 “sabels” (ervaren ruiters) te mobiliseren.
Geen van de door het keizerrijk Rusland gevoerde oorlogen, in de 19e en begin 20e eeuw, was zonder  deelname van de Kozakkentroepen: ze vochten mee in de Kaukasus, op de Krim, tijdens de Russisch-Turkse oorlog, ze streden mee voor de bevrijding van Bulgarije en vochten tegen de Duitse keizerlijke legers tijdens de Eerste Wereldoorlog van 1914 – 1918.
De communistische omwenteling van 1917 veroorzaakte een zekere scheuring binnen de Kozakkengemeenschap : alleen de “bezitlozen” onder hen volgden de bolsjewieken. De overigen stelden zich neutraal tot afwachtend op, de loyaliteit tot het land was voor hen groter dan tot de tsaar (die inmiddels was afgezet). Toch duurde die terughoudendheid niet lang. Mensen die gewend zijn om hun mening luid en duidelijk te uiten, kregen grote problemen met de communistische, dictatoriale machthebbers. Vanaf 1919 vond er een soort van “de-Kozakkizering” plaats, de kozakken werden bloedig vervolgd.

Als militaire machtsfactor werden ze vernietigd. In emigratie vluchten of de eigen afstamming min of meer verloochenen waren de keuzemogelijkheden.
Met andere woorden: achtergebleven kozakken in Rusland gingen als gemeenschap “ondergronds”; wel zeventig jaar lang duurde dit.
Met de val van het communisme doken onmiddellijk afstammelingen van het vroegere Kozakkenleger op. Inmiddels zijn, als vanouds weer aan de oevers van de Don maar ook elders, nederzettingen van kozakken opgericht, zogeheten “stanitsa‘s” met aan het hoofd de “atamanen”. De kozakken zijn weer helemaal terug aan het Russische firmament.

kozakken-historiekozakken-historiekozakken-historiekozakken-historiekozakken-historiekozakken-historiekozakken-historiekozakken-historiekozakken-historie

Sponsored by

SRC-Cultuurvakanties